Achtergrondinformatie

Verwerk de volgende basisbegrippen in het ontwerp en check in hoeverre je rekening hebt gehouden met de vier principes in het ontwerp.

Presence: , de 3 voorbeelden:

–          Cognitive presence

De mate waarin lerende worden gesteld betekenis te geven door reflectie en dialoog met anderen.

–          Social presence

De mate waarin de deelnemers zich verbonden voelen met elkaar binnen de online gemeenschap.

–          Teaching presence

De rol van de opleider die een onderwijsgemeenschap creëert waarbinnen cognitive presence kan plaatsvinden.

Taxonomie RTTI

Dit is een model die verschillende niveaus van vragen aangeeft. Om goed te kunnen inzien hoe de leerlingen de lesstof begrepen hebben kan je de toets evalueren met het RTTI model.

Onderwijs zonder doelen is geen goed onderwijs. Door voorafgaand aan het hoofdstuk te kijken welke doelen de leerlingen moeten halen aan het einde van het schooljaar en door hier op in te spelen is het onderwijs waardevol. Doormiddel van toetsing kan worden vastegeld of de leerlingen daadwerkelijk het doel hebben behaald. Dit kan op verschillende manieren namelijk door summatief te toetsen en door formatief te toetsen. (Tressel, 2011) Een summatieve toets is een toets die helpt om beslissing te nemen over zaken of slagen (Wij-leren, 2017). Een summatieve toets is vaak in de vorm van een tentamen, waarvan het cijfer meetelt voor een eindcijfer (Tressel, 2011) (Wij-leren, 2017). Formatieve toetsen zijn een onderdeel van een leerproces: het geeft inzicht in hoeverre ze voldoen aan de gestelde eisen van de kerndoelen (Wij-leren, 2017) (Universiteit van Amsterdam, 2017). Door een formatieve toets af te nemen krijgt de leerkracht helder zicht op de mate van beheersing van verschillende toets onderdelen (Wij-leren, 2017). De taxonomie van RTTI zorgt ervoor dat het evaluatiemoment van elke opdracht formatief wordt en brengt daarbij de vier cognitieve niveaus van leren in kaart (Docentplus, 2017) (Drost & Verra, 2017).

RTTI staat voor reproductie (R), toepassen in bekende situatie (T1), toepassen in onbekende situatie (T2) en inzicht (I).  Dit zijn de 4 cognitieve niveaus die direct zijn afgeleid van de taxonomie van Bloom van het cognitieve gebied (Airasian & Miranda, 2002) (Verra & Drost, 2017). De taxonomie van Bloom is een indeling in kennisniveau waarop de leerling kennis kan beheersen. Bij de taxonomie van Bloom kan onderscheid gemaakt worden van zes verschillende niveaus: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren (ThiemeMeulenhoff, 2017).

21st century skils

11 vaardigheden die een student tegenwoordig nodig heeft voor een succesvol leerproces en dus om goed mee te komen in de huidige maatschapij.

Kritisch denken

Tijdens een practicum gerichte vragen stellen over wat er gebeurd en wat ze zien.

Creatief denken

Leerlingen krijgen een vrije opdracht en mogen zelf bedenken hoe ze dit gaan invullen.

Probleem oplossen

De leerlingen krijgen meerdere opdrachten die ze moeten maken.

Computational thinking

De leerlingen moeten bij de vrije opdracht ict gebruiken om een presentatie maken.

Informatie vaardigheden

Met de vrije opdracht mogen de leerlingen zelf op internet plaatjes en informatie opzoeken.

Ict-basisvaardigheden

Omdat ze een digitale presentatie moeten maken, maken ze dus ook gebruik van ict vaardigheden.

Media wijsheid

De leerlingen moeten de presentatie online zetten, daar ergens waar de rest van de leerlingen er bij kunnen.

Communiceren

De leerlingen moeten samen werken. Je kan alleen samenwerken als je goed communiceert.

Samenwerken

Er zit een groepsopdracht in onze lessenreeks waarin leerlingen dus moeten samenwerken.

Sociale en culturele vaardigheden

Omdat wij de groepen samenstellen zullen de leerlingen sociaal moeten zijn met de medeleerlingen. Dit kunnen leerlingen zijn met wie ze normaal niet samenwerken.

Zelfregulering

Binnen de groepsopdracht zouden leerlingen zelf verantwoordelijkheden moeten nemen.

Connectivisme

Leertheorie met effecten van technologie op het leren in het digitale tijdperk.

De vier principes in onze opdracht

  1. Het (her)ontwikkelen van een cursus moet gericht zijn op de doelen van die cursus, niet op de technologie.
    We hebben eerst bedacht wat we wouden doen. Later hebben we bedacht welke ICT we hierbij konden gebruiken.
  2. De inhoudelijke bijdrages, activiteiten met studentbetrokkenheid en beoordelingen moeten gebaseerd zijn op de leerbehoeften van de student en de didactische mogelijkheden van de ontworpen technologische middelen.

De leerlingen moeten aan het einde van een schooljaar een aantal doelen hebben gehaald. We zorgen met onze lessenreeks dat we ons precies houden aan deze doelen.

  • Online en Face to Face elementen van de cursus moeten gecombineerd worden tot een  samenhangend en begrijpelijk geheel.

Omdat we tijdens onze lessen terwijl we voor de klas staan gebruik maken van de ICT is er volgens ons een perfecte mix van face to face en online.

  • Bij het starten van een blended cursus moeten studenten geleerd worden hoe ze door online componenten van de cursus kunnen navigeren. Daarnaast moeten ze worden voorbereid op contactbijeenkomsten

 

Basisbegrippen voor het ontwerpen

Hier staan een aantal basisbegrippen die we van belang vinden voor het maken van een ontwerp.

Presence: Dit is een belangrijk principe en hierover kun je meer vinden als je naar achtergronden zoekt van Community of inquiry. De sturing van een docent is cruciaal voor het verloop van het leerproces. (teaching presence, social presence en cognitive presence)

Taxonomie van Bloom: deze taxonomie kun je gebruiken om doelen en leeractiviteiten op een bepaald leerniveau te formuleren en te ontwerpen.

21st century skills: deze vaardigheden zijn van belang om leerlingen voor te bereiden op de toekomst waarin met name de technologische veranderingen elkaar snel opvolgen. Kennisnet heeft deze vaardigheden in een model geplaatst.

Connectivisme (Siemens, 2005): leertheorie die uitgaat dat kennis van vandaag niet de kennis van morgen is en dat het delen van kennis door gebruik van technologie zorgt voor een groot kennisnetwerk. Het gaat om het vermogen om nieuwe kennis te verwerven.

Vier principes voor het ontwikkelen van een ‘blended’ leeromgeving

Je spreekt van een blended leeromgeving wanneer technologie als middel wordt gebruikt om de vakinhoud en de didactiek te versterken. De onderstaande vier principes zijn richtlijnen voor een goed ontwerp.

Principe 1. Het (her)ontwikkelen van een cursus moet gericht zijn op de doelen van die cursus, niet op de technologie.

Principe 2. De inhoudelijke bijdrages, activiteiten met studentbetrokkenheid en beoordelingen moeten gebaseerd zijn op de leerbehoeften van de student en de didactische mogelijkheden van de ontworpen technologische middelen.

Principe 3. Online en Face to Face elementen van de cursus moeten gecombineerd worden tot een  samenhangend en begrijpelijk geheel.

Principe 4. Bij het starten van een blended cursus moeten studenten geleerd worden hoe ze door online componenten van de cursus kunnen navigeren. Daarnaast moeten ze worden voorbereid op contactbijeenkomsten.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag