Toetsplan

Stap 1a

Stel vast wat getoetst moet worden en formuleer concrete toetsdoelen

In toetsdoelen beschrijf je wat een leerling moet kennen en kunnen bij die toets. Deze doelen moeten beschreven worden in termen van:

  • De leerling weet het verschil tussen het massagetal en het atoomnummer. (R)
  • De leerling kan de lading van de kern berekenen. (T1)
  • De leerling weet het verschil tussen een molecuul en een atoom. (R)
  • De leerling kan eigenschappen van metalen benoemen. (R)
  • De leerling kent de 7 twee-atomige niet ontleedbare stoffen. (R) 

Stap 1b

Deel de doelen in op leerniveau aan de hand een taxonomie.

RTTI is een taxonomie die vier stadia van de cognitieve ontwikkeling van de leerling onderscheidt.


Stap 1c

Maak een toetsmatrijs aan de hand van de op leerniveau ingedeelde leerdoelen.

Toetsmatrijs

VraagToetsdoelTaxonomiePunten/weging
RT1T2I
1Benoemen massagetal en atoomnummerx2
2Deeltjes in de kern benoemenX2
3Hoeveel van elk deeltjex2
4Lading berekenenx1
5Moleculen herekennenX1
6Moleculen herkennenX1
7Atomen herkennenX1
8Atomen herkennenx1
9Moleculen naamgevenx4
10Niet ontleedbare stoffen herkennenx2
11Edelheid metalenX1
12Voorbeeld benoemenX1
13Eigenschappen van metalen benoemenX3
14Twee-atomige niet ontleedbare stoffen benoemenx6
totaal28


Stap 2

Stel vast hoe getoetst wordt

Schriftelijke toets

Alle leerlingen uit 1 klas maken tegelijkertijd een toets. Deze duurt ongeveer 30 minuten en als deze voorbij zijn wordt de toets door de docent ingenomen.

Doordat we alle leerlingen tegelijkertijd de toets laten maken kunnen ze niet met elkaar communiceren over de vragen die in de toets voorkomen. Hierdoor heeft niet de ene leerling meer kans op een hoger cijfer dan de andere. Deze toetsvorm laat heel goed zien welke leerlingen de stof begrepen hebben. Je kan leren voor deze toets dus in principe zouden alle leerlingen een voldoende moeten kunnen halen. 

Omdat het een schriftelijke toets is, is de toets bij elke leerling hetzelfde. Op deze manier maakt iedereen dezelfde toets. Het is dus erg valide.

Stap 3

Stel de wijze van beoordeling vast

Correctievoorschrift

Door een correctievoorschrift te maken worden alle leerlingen op dezelfde manier beoordeeld. Je beoordeelt een toets objectief. Is het antwoord wat er staat ook het antwoord op het correctievoorschrift? Zo ja, dan is het antwoord goed. Zo niet, dan is het antwoord fout. Je kan niet eer leerling matsen.

Stap 4

Stel vast hoe het cijfer tot stand komt en waar de cesuur ligt

Een 5,5 is een voldoende, met een norm van 1. De leerlingen kunnen in totaal 28 punten halen. Bij de helft van de punten heb je een 5.5.

Het cijfer wordt berekend door de volgende formule toe te passen:

(Behaald aantal punten / 28 ) * 9 + 1 = cijfer

Stap 5

De analyse van de toets

De Crohnbachs Alpha score zegt de toets voldoende betrouwbaar is.

De p-waarde vertelt ons dat vraag 4 te moeilijk, en vraag 13 te makkelijk was.

De RIT-waarde zegt iets over de correlatie tussen de vraag en de totaalscore. Hier komt dan uit dat bij vraag 11 de RIT waarde middel tot voldoende is, maar bij vraag 12 is het slecht tot middel.

Bijlage 1: de toets

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag